Vervoerregio's en vervoerregioraden
Mobiliteit & toegankelijkheid
Vrouw en hond wachten op de lijnbus

De belangrijkste vraag is natuurlijk wat het decreet Basisbereikbaarheid zal betekenen voor het vervoersaanbod. Blijft je vertrouwde busverbinding bestaan en zal die op dezelfde tijdstippen blijven rijden? Het zou best kunnen dat er enkele wijzigingen doorgevoerd worden. De beslissing over het al dan niet voortbestaan van jouw busverbinding ligt voor een groot deel bij de vervoerregioraden. Deze raden zijn immers verantwoordelijk voor het opmaken van de regionale mobiliteitsplannen.

15 vervoerregio’s

Vlaanderen is ingedeeld in 15 vervoerregio’s. Die werden niet lukraak vastgelegd. De grenzen van de vervoerregio’s werden bepaald na onderzoek naar de bestaande verplaatsingsstromen, rekening houdend met bestaand intergemeentelijk overleg en met aandacht voor diverse ruimtelijke aspecten. Er werd voor een regionale aanpak gekozen omdat het verplaatsingsgedrag van de Vlamingen ook regionaal georiënteerd blijkt te zijn. Je gaat in een naburig dorp naar de bakker of gaat naar het handelscentrum in een grotere gemeente even verderop. Door te kiezen voor een regionale aanpak zou basisbereikbaarheid moeten inspelen op de werkelijke verplaatsingsvragen.

(lees verder onder de kaart)

Indeling vervoerregio's Vlaanderen

15 vervoerregioraden

Elke vervoerregio wordt aangestuurd door een vervoerregioraad. Zo’n raad is een overlegorgaan waarin lokale en bovenlokale partners samengebracht worden. Het gaat om vertegenwoordigers van de gemeenten uit de regio (meestal de burgemeesters of de schepenen van mobiliteit), de Vlaamse overheid en de aanbieders van het openbaar vervoer, zoals De Lijn.

De voornaamste taak van de vervoerregioraad is het opmaken van het regionaal mobiliteitsplan. Ze genieten echter geen absolute vrijheid bij het opstellen van dat plan, ze moeten rekening houden met het Vlaams mobiliteitsplan waarin het treinnet en het kernnet vastgelegd werden. Ze hebben wel de touwtjes in handen wat betreft het aanvullend net en het vervoer op maat. Zo hebben ze een grote invloed op de manier waarop we ons zullen kunnen verplaatsen in de regio.

Aanvullend hebben de vervoerregioraden nog een heel aantal andere taken. Zo mogen ze onder andere advies geven over het aanbod van het treinnet en het kernnet, moeten ze het aaneengesloten gebruik van de verschillende openbaar vervoerlagen bewaken en zijn ze verantwoordelijk voor het bovenlokaal fietsroutenetwerk. De vervoerregioraden worden daarnaast ook voorgesteld als een ideaal platform om keuzes te maken met betrekking tot ruimtelijke ordening en infrastructuur. Deze zaken zijn immers onlosmakelijk verbonden met mobiliteitsplanning.

Een nieuwe rol voor de gemeenten

Het betrekken van de gemeenten bij de totstandkoming van bovenlokale mobiliteitsplannen is nieuw en zou een grote stap voorwaarts moeten zijn. In het oude systeem van basismobiliteit was een vaak gehoorde verzuchting dat de gemeenten op dit gebied weinig beslissingsrecht hadden. Dialoog of samenwerking met aanbieders van openbaar vervoer, zoals De Lijn, bleek bijvoorbeeld vaak onmogelijk omdat de organisatie zich aan een eigen, van bovenaf opgelegde agenda diende te houden. Door samen in de vervoerregioraad te zetelen, worden gemeenten en aanbieders van openbaar vervoer nu gezien als partners die samen op weg gaan. Op die manier wordt de terreinkennis van de gemeenten eindelijk naar waarde geschat. Zij hebben immers het beste zicht op de lokale noden en mogelijkheden.

Veel gemeentebesturen zien hun vertegenwoordiging in de vervoerregioraad dan ook als een kans die ze met beide handen willen grijpen. Het is echter verre van een eenvoudige opdracht. In de eerste plaats omdat de vertegenwoordigers van de gemeenten niet altijd experten zijn in mobiliteitsmaterie. Het is daardoor niet vanzelfsprekend om de belangen van je gemeente naar behoren te verdedigen. Daarnaast is de samenwerking tussen de verschillende gemeenten in de regio niet steeds evident aangezien niet alle gemeenten dezelfde belangen zullen hebben. De noden van een dichtbevolkte stad zullen helemaal anders zijn dan die van een dunbevolkte plattelandsgemeente. Ondanks die tegenstrijdige noden, zullen ze het eens moeten worden over de prioriteiten van het vervoersaanbod.

En de gebruiker?

Het is opvallend dat de vervoerregioraden een bepalende invloed hebben op de verplaatsingsmogelijkheden van de burger, maar dat die burger toch niet structureel vertegenwoordigt is in de raden. Het decreet vraagt de vervoerregioraden om participatie van burgers te voorzien, maar hoe ze dat precies doen, daarin is de vervoerregioraad volledig vrij. Uit de proefprojecten bleek dan ook dat participatie op verschillende wijzen ingevuld wordt, maar over het algemeen jammer genoeg op een ondoordachte en ondermaatse wijze.